| |
- Eisen, eigenschappen,
voorwaarden, kwaliteit.
- Soortnaam, klasse, dikte toplaag, dikte tussenlaag
ongewapend, dikte tussenlaag, dikte ter plaatse van
leidingen, wapening, slijtvastheid, eigenschappen, kwaliteit, toepassing en verkeer, specie samenstelling
tussenlaag, speciesamenstelling
toplaag, cement, zand, toeslagmateriaal, hulpstoffen, draagvloeren, glijlaag, kleurstoffen, toelaatbare
onvlakheid voor de tussenlaag en toplaag, voegstrippen, voegen en dilataties, voegen
krimpvoegen.
- Uitvoering
- Verwerking
tussenlaag, voegen, wapening, nabehandeling tussenlaag, toplaag, voorbehandeling, verwerking
toplaag, beschermingsmaatregelen, schuren, zoeten, polijsten, politoeren, reinigen en
onderhoud, ingebruikneming.
DTG dekvloer terrazzo geslepen
 
- Soortnaam
- Terrazzo dekvloer, geslepen.
- Klasse
- DTG
- Dikte toplaag
- De dikte van de toplaag moet na het schuren ten
minste 12 mm bedragen.
- Dikte tussenlaag ongewapend
- Hechtend minimaal 30mm. Niet hechtend, tenminste
50mm.
- Dikte tussenlaag gewapend
- 50mm en meer, indien niet hechtend aan de draagvloer.
- Dikte
ter plaatse van leidingen
- De dikte van de tussenlaag boven leidingen en/of
buizen moet tenminste 40mm bedragen.
- Wapening
- Betonstaal Ø 4-200
- Slijtvastheid
- Volgens NEN 2741, Par. 4.2 tabel 1 Classificatie
van de slijtvastheid
- Eigenschappen
- Een naadloze dekvloer met een grote mate van bestandheid tegen mechanische belastingen
en een hoge esthetische functie. Vergt weinig onderhoud.
- Kwaliteit
- Volgens NEN 1042.
- Toepassing en verkeer
- "In het werk" vervaardigde dekvloeren voor binnen en voor buiten, daar waar
zeer hoge eisen worden gesteld aan de mechanische en esthetische
eigenschappen. De terrazzovloer heeft een constructieve functie. De terrazzovloer is
bestand tegen intensief verkeer.
- Speciesamenstelling toplaag
- 1 portlandcement - ca. 2,5 toeslagmateriaal van gebroken natuursteen. De receptuur is
afhankelijk van de korrelvorm, de korrelgrootte en van de korrelopbouw van het
toeslagmateriaal. Voorts is het gebruik van pigmenten van invloed op de samenstelling.
- Speciesamenstelling tussenlaag
- Volgens NEN 2741, D30, Bijlage B. tussenlaag Voor het bereiken van de gewenste
druksterkte van 30 N/mm2 zal, indien zand wordt gekozen als toeslagmateriaal, de
verhouding cement -zand gelijk zijn aan 1 -2,75 in volumedelen, bij een Fm-3 van
zand. Bij het gebruik van grotere korrels als toeslagmateriaal is het gestelde in
paragraaf 2 NEN 1042 van toepassing.
- Cement
- Volgens NEN 2741 en NEN 3550.
- Zand
- Volgens NEN 2741 en NEN 5905.
- Toeslagmateriaal
- Volgens NEN 1042 en NEN 2741.
- Hulpstoffen
- Volgens NEN 3532.
- Draagvloeren
- In het werk gestort gewapend en ongewapend beton volgens de geldende
betonvoorschriften.Voorts uit elementen samengestelde steenachtige vloeren zoals
combinatievloeren, systeemvloeren en andere draagvloeren.
- Glijlaag
- Indien wordt gekozen voor een niet aan de draagvloer hechtende tussenlaag, dient de
draagvloer glad te worden afgewerkt en afgedekt met een kunststoffolie, waarvan de dikte
0,2mm bedraagt. De folie dient te worden aangebracht in stroken met een onderlinge overlap
van 100mm. Zij dient tegen de opstanden te worden opgezet.
- Kleurstoffen
- Indien gewenst, kleurstof toevoegen tot ten hoogste 5% van het
cementgewicht. De kleurstof en het cement droog voormengen.
- Voegstrippen
- Voegstrippen bestaan meestal uit messing of kunststof. Materialen die het milieu van
beton niet verdragen mogen niet worden verwerkt.
- Voegen dilataties
- Dilataties in de draagvloer dienen te worden voortgezet in de dekvloer. De
dilatatieprofielen dienen te worden verankerd in de draagvloer.

Voegen krimpvoegen Terrazzovloeren moeten met krimpvoegen worden uitgevoerd in velden van ten hoogste
20m2, waarvan de langste zijde niet langer is dan 5 meter. Vloeren die een L-vorm hebben
of een breedte die plaatselijk is versmald, dienen door één of meer krimpvoegen te
worden verdeeld in velden van rechthoekige vorm. Indien tengevolge van krimp op bepaalde
plaatsen in een vloer te hoge trekspanningen kunnen optreden, kan ter plaatse een voeg
worden aangebracht. Een alternatief voor het aanbrengen van een voeg is het opnemen van
een versterking in de dekvloer. Hierdoor wordt de scheurvorming niet voorkomen, de
nadelige gevolgen ervan worden echter beperkt.

UITVOERING
Voorbehandeling
De draagvloer dient schoon te zijn en vrij van losse delen. Indien zich een cementslikhuid
op de draagvloer bevindt, deze verwijderen. De vloer één etmaal voor het aanbrengen van
de dekvloer verzadigen met leidingwater.
Verwerking tussenlaag
Met cementpasta een "aanbrandlaag" aanbrengen. Hierbij mogen geen plassen
ontstaan. Op de nog glanzende "aanbrandlaag" de aardvochtige specie aanbrengen
die dient te worden verdicht. De tussenlaag mag niet glad worden afgewerkt.
-
Voegen
T.b.v. het aanbrengen van de strippen, groeven in de verse specie trekken. De strippen
worden verankerd door de "eigen profilering". Hiervoor dienen deze te worden
aangewerkt met specie.

-
Wapening tussenlaag
Bij gebruik van krimpwapening dient de wapening steeds boven het midden van de tussenlaag
te worden aangebracht, doch tenminste 10 mm onder de bovenkant van deze tussenlaag. Om dit
te realiseren dient het aanbrengen van de tussenlaag in twee afzonderlijke lagen te
geschieden. Met dien verstande dat dat in één arbeidsgang plaatsvindt. De netten
betonstaal moeten elkaar over een breedte van tenminste 200 mm overlappen. De wapening
voor het aanbrengen van de 2e laag bevochtigen.

Nabehandeling tussenlaag
Indien de wachttijd voor het aanbrengen van de toplaag meer is dan een dag, dient de
tussenlaag tegen te grote droging te worden afgedekt met kunststoffolie.
Toplaag
- Voorbehandeling
- De tussenlaag dient voldoende vochtig en schoon te zijn en vrij van losse delen. Is de
tussenlaag ouder dan 1 etmaal dan dient een aanbrandlaag van cementpasta te worden
aangebracht.
Verwerking toplaag
- werkwijze:
- Spreid de specie vlak uit en rol zonder wringen, met een voldoende zware wals
kruislings in twee richtingen. Bevochtig de wals indien nodig tijdens het
rollen.
Verwijder de bovenkomende cementbrij.
De kwaliteit van de vloer is sterk afhankelijk van de zorgvuldigheid waarmee het walsen
geschiedt en van de duur van deze bewerking. Het walsen dient te worden te worden
voortgezet totdat geen cementbrij meer aan het oppervlak verschijnt. Vervolgens de toplaag
dichtspanen. De tijd die mag verlopen tussen opeenvolgende walsgangen is een kwestie van
ervaring. In de regel voert men - afhankelijk van de omstandigheden als temperatuur en
binding van het cement- de laatste walsgangen uit verscheidene uren na het aanbrengen.
Hierdoor verkrijgt men een goede verdichting en beperkt men de krimp. Eventueel kan men
tijdens het walsen nog toeslagkorrels op het oppervlak strooien en inwalsen.
- Beschermingsmaatregelen
- De toplaag minstens zeven dagen (zonodig langer, totdat de verlangde kwaliteit
bereikt is), beschermen tegen uitdroging, door afdekking met PVC -folie. de folie dient
met ruime overlappingen te worden aangebracht.
|
|